zaterdag 18 mei 2013

WIM BRANDS - De vijftig beste gedichten




Wat jammer dat de vijftig beste gedichten van Wim Brands (1959) in een bundeltje verschijnen dat qua formaat uiterst bescheiden mag worden genoemd. Samensteller Chrétien Breukers verweeft in zijn nawoord op inzichtelijke wijze thema’s (o.a. beperkingen in communicatie, de spanning tussen vraag en antwoord bij essentiële ervaringen) en motieven (engelen, de vader, de dood en andere vormen van verdwijnen) die Brands’ werk kenmerken. Hij verzuimt echter in de Verantwoording te vermelden dat hij mede uit een eerdere selectie koos (‘De schoenen van de buurman’ uit 2000, dat werk uit 5 bundels bevat) zodat de bovengemiddeld geboeide lezer zich kan afvragen waarom er nu maar drie publicaties in aanmerking kwamen.
Er staan ook vertalingen bij of gedichten met als toevoeging: vrij naar ...plus de naam van de betreffende dichters, o.a. John Berger, Wolf Wondratschek, Charles Reznikoff en Linda Gregg. Sommige teksten bleven tot nu ongebundeld.
Brands is allesbehalve een veelschrijver, vijftig teksten is voor hem al een fiks aantal. Toch varieert daarin de kwaliteit nog behoorlijk. De beste zijn zonder meer topgedichten, hardnekkig indringend, zoals het voorlaatste vers 'Tati', de minste waren beter weggelaten. Dertig tot veertig zou daarom een doeltreffender aantal geweest zijn.



TATI

Hij ziet een man die een bank schoonveegt, een krant uitvouwt,
een vrouw die een kind troost: hij wil niet vertrekken.

Er is een jongen. Er is een zenuwachtig meisje. Hij wijst
haar een nest in een nok, de rode kelen.

Dit is het geheim, denkt hij. Hij kijkt naar de mensen
om zich heen en ziet dat het mimespelers zijn

die treinreizigers spelen.








Geschreven in opdracht van NBD/Biblion, februari 2012
Uitgeverij Compaan




www.alberthagenaars.nl


woensdag 17 april 2013

CHRÉTIEN BREUKERS - Het is niet anders



De productieve Chrétien Breukers (Leveroy, º1965) debuteerde in 1989 en wist in zijn poëzie een voorlopig hoogtepunt te bereiken met het originele ‘Tongebreek & Niemendal’ (2008). Hoewel verschillende elementen in de vier afdelingen van ‘Het is niet anders’ juist dáár sterk aan doen denken, komt deze verse bundel o.a. door een lossere binding toch minder indringend, minder overtuigend over. Karakteristiek zijn vooral: 1) de soms quasi nonchalante verteltrant waar de beeldspraak en strategisch bedoelde woorden als korte, krachtige stoten evenwel des te beter in uitkomen, 2) een ironische toon die tegenwicht moet bieden voor serieuze onderwerpen als geloof en verdriet, en 3) het gebruik van christelijke motieven, waar Breukers z’n voornaam eer mee aandoet. De thematiek, zie titel, blijft vrijwel steeds gericht op de verhouding tussen verlangen en ambitie enerzijds en verlies en aanvaarding anderzijds. De wrang uitgebeelde maar tevens even humoristische als filosofische voorstellingen van Hans Lemmen (9 tekeningen) gaan een meervoudige dialoog aan met de poëzie maar behouden hun autonomie.


DE VROUW ACHTER HET RAAM

Satijn, brokaat en zijde uit het
vaderland. Een bed op maat gemaakt
door iemand uit New York. Luchten van
beroemde merken uit Parijs. Maar toch.

Het is niet dat de dominee haar
verwaarloost. Dat niet. Altijd is
heimwee naar een leven dat veel
rauwer is haar toch te machtig.

Ze stelt zich voor dat hij daar ligt, straks,
op haar bed, een kogel in zijn lijf.
De ander hangt nog om haar heen. Zweet,
katoen en leer. Haar lichaam is zo zwaar.



Geschreven in opdracht van NBD/Biblion, februari 2010.
Uitgeverij De Weideblik.


www.alberthagenaars.nl









zondag 10 maart 2013

BERT SPENCER - Vive l'amour





In zijn tweede bundel (de eerste, uit 2010, vulde hij samen met Rob Van de Zande) biedt de jonge Vlaamse dichter Bert Spencer 20 gedichten die hoofdzakelijk over de liefde gaan. Sommige zijn heel kort, andere lang. Samen behandelen ze de meeste aspecten van het onderwerp, variërend van teder verlangen tot harde lust.
Een eigen stijl heeft Spencer nog niet gevonden. Hier en daar staan originele regels als "en toch stamel je regelmatig te stralen" en "laat je kroepoek krakende stem mij met naam begroeten" maar vaker mislukken zijn teksten door clichés en geforceerde beeldspraak. Enkele voorbeelden: "het lijk van je gemoed" en "in kraters van verval zaten ooit mooie grote starende ogen". De bundel bevat afbeeldingen, telkens op de linker pagina, van tekenaar Els Pynoo en fotograaf Andy De Decker. De tekeningen zijn qua stijl al net zo divers als de verzen en lopen eveneens uiteen in kwaliteit. De foto's zijn klein afgedrukt maar tonen in hun weergave van verschillende werkelijkheden wel degelijk wat het werk van Spencer vooralsnog ontbeert: een overtuigend perspectief op poëzie!


AAN ALLEN DIE MIJ LIEFHEBBEN

Neem mij mee op sleeptouw
nu ik in duisternis gehuld ga
Ik weet niet wat ik voel maar
het voelt niet zo goed

Alsof alles en iedereen mij ontglipt






Geschreven in opdracht van NBD/Biblion, december 2012.

www.alberthagenaars.nl







vrijdag 8 februari 2013

JO GISEKIN - Dooitijd



“Witte kant. Appelbloesem rond de hals van vrouwen.” Vanuit soortgelijke verrassende beelden laat Jo Gisekin (ps. van de in 1942 te Gent geboren Leentje Vandemeulebroecke) de gedichten van haar uit 6 reeksen bestaande nieuwe bundel ‘Dooitijd’ op schieten.
Tal van details, elementen uit de waarneembare werkelijkheid, in dit geval o.a. bloemen en stoffen, worden opgeladen tot verzelfstandigde symbolen die niettemin vervolgens thematische verbanden aangaan. Formeel zet Gisekin daar onregelmatige strofen voor in.
Een eigenzinnig maar geraffineerd ritme, een nadrukkelijk vrouwelijk perspectief en een ideëel streven naar zuiverheid vervolmaken deze rijpe gedichten. Soms scheren ze langs de poëzie van Vasalis maar ze blijven altijd warmer van toon dan dat werk. Het grootste gevaar, mooischrijverij, blijft op de hachelijkste momenten nog net buiten de bundel.
‘Dooitijd’ zal vooral traditionele lezers aanspreken zonder andere evenwel aan zich voorbij te laten gaan. Regels als “Ik zal je wekken:// je enige bewoner / de hartslag van dit geheim” zijn daarvoor te mooi, te indringend tegelijk ook.
Eén van de meest treffende gedichten volgt hieronder integraal:



HET GEWONDE HERT

Frida Kahlo

Ik of het hert
met gemartelde ogen. Het hart doorspiest van
zenuwpijn die laait in al mijn tere plekken. Huid
en lijf verschroeid. Zoveel liefde op drift.

Het ontbreekt me aan jou. En aan mij. Aan
nachten die je mij niet meer gunt. Noch het
haar op mijn hoofd.

Het penseel is mijn noorden kwijt.

Hoe kan ik verdwijnen? Wie omarmt de dood of
het schot van de jager en spijkert het gewei binnen
handbereik? Teken van zerp verdriet?

Ik verzegel mijn poten en leg me gestroopt
in een open kuil. Zalft iemand mijn ogen?
Een kind streelt mijn vacht. Stuiptrekkend
verteert het hart.

Ik wil met gesloten wimpers de tijd zien vergaan.
Postuum scheurt applaus de stilte open.



Geschreven in opdracht van NBD/Biblion, januari 2013.
Uitgeverij Poëziecentrum Gent. € 17,50.



www.alberthagenaars.nl







woensdag 26 december 2012

JOB DEGENAAR - Vluchtgegevens



De poëzie van Job Degenaar (º1952, Dubbeldam) gaat inhoudelijk uit van de waarneembare werkelijkheid maar is bepaald niet alledaags. Zij gebruikt geenszins grote woorden maar beschrijft wel grote zaken die zich vooral in het privé domein voordoen en zet daartoe ook de nodige tegenstellingen in zoals liefde-overspel, reislust-nestdrang en doodsangst-levensflakkering.
De goed gekozen titel suggereert meerdere ruimtes en daagt de lezer uit de teksten op verschillende wijzen te benaderen. Tot de vluchtwegen behoren ook, verdubbeld natuurlijk, de mogelijkheden om beeldende kunst te doorgronden, in dit geval werken van Michelangelo en Van Gogh.
Vanwege hun ingehouden toon vallen Degenaars gedichten niet meteen op in de branding van de constante toevloed aan bundels. Ze bieden echter meer verdieping dan veel om aandacht schreeuwende uitgaven. In elk vers staan prachtige, voldragen beelden waar over nagedacht moet worden, bijvoorbeeld:

Uit hetzelfde marmer gehouwen
lijken ze in weinig op elkaar
zo plots werd hun lot versmolten.


In de omslag is een schijf gestoken met Degenaars stem die 17 verzen voorleest.


www.alberthagenaars.nl


vrijdag 2 november 2012

JANE LEUSINK - Tot alles goed strak staat


Merkwaardig toch; ondanks de titel heeft Jane Leusink (º1949, Velp) veel woorden nodig voor haar meeste gedichten. Die krijgen daardoor wel genoeg melodieuze ruimte maar staan slechts zelden strak. Gelukkig compenseerde de dichter dat deels met een strenge structuur van 8 reeksen van telkens 3 teksten, doorgaans lang, waarin middels herhalingen reflecties over en weer gaan en de duiding verschuift. Ook roept ze binding op met ruimhartig toegepaste klankovereenkomst die soms subtiel, soms overdadig werkt. Deze vierde bundel is een weefsel van welluidend verwoorde maar grillig op elkaar aansluitende verhaallijnen met tal van poëtische verknopingen. De ruimte tussen de momenten waar het op aan komt is evenwel vaak te groot. Inhoudelijk bestrijkt Leusink een groot aantal onderwerpen, variërend van alledaagse elementen tot bizarre situaties. De taal zelf schemert trouwens ook thematisch door alles heen. Niet voor niets vormt de regel/titel ‘het gedicht is een werkwoord’ een snoer. Wie graag zoekt kan z’n hartje ophalen. Wie helderheid verkiest zal de ‘woordenbrij’ snel terzijde leggen.

Geschreven in opdracht van NBD/Biblion, juli 2011.

www.alberthagenaars.nl




zondag 28 oktober 2012

GERMAIN DROOGENBROODT - In de stroom van de tijd


Er zijn weinig auteurs zo mobiel als Germain Droogenbroodt (1944, Rollegem). Zijn reizen leverden vertalingen over en weer en internationale contacten op. Deze invloeden doen zich ook gelden in zijn eigen gedichten. In de 2e druk van deze bundel uit 2008 (twee delen met ‘Meditaties in de Himalaya’s’) zijn vooral de filosofische gerichtheid en een oosters aandoende spiritualiteit van belang. Hoe boeiend op zich ook, de vraag is uiteraard of dit alles goede poëzie heeft opgeleverd? Helaas niet voldoende. Dat wil zeggen, de hoeveelheid pseudowijsheden, mankerende beelden en vage bewoordingen overtreft het aantal originele momenten. De poëzie stelt nu eenmaal eigen eisen. Zinsneden als "Alles verklaart zich in het onverklaarbare" en "de klaproos bloedt, bloedt uit de doorgesneden polsen van het lippenkraal dat schipbreuk lijdt in de stapelwolken" zijn geen zeldzaamheid.
Alle teksten (inclusief inleiding en biografische informatie) zijn dankzij Rafael Carcelén García ook in het Spaans afgedrukt. Tussendoor staan passende maar te klein weergegeven tekeningen in z/w van Frans Minnaert.

Geschreven in opdracht van NBD/Biblion
Uitgeverij: Point Editions
Foto:

www.alberthagenaars.nl